HPU-home

 

De meest gestelde vragen:

vraag van de maand 06

 

Vraag 06: Sommige thrapeuten zeggen dat wenkbrauwen die van de buitenzijde uit dunner worden, duidt op glutengevoeligheid' anderen brengen dit in verband met schildklierziekten. Wat is juist?

Antwoord: Een onderfunctie van de schildklier zoals die bij HPU regelmatig optreedt door de Ziekte van Hashimoto kan leiden tot haaruitval, vooral ook aan de buitenzijde van de wenkbrauwen. Ook het zwellen van de tong door vochtophoping (oedeem), waardoor een afdruk van de tanden in de tong zichtbaar wordt en afbrekende nagels zijn een indicatie van schildklieronderacitviteit. Aangezien glutengevoeligheid (aan te tonen met een IgA-totaalglutentest) in nogal een aantal gevallen geassocieerd is met antistoffen tegen de schildklier en bloedsuikerproblemen, is het niet merkwaardig dat deze wenkbrauwen ook bij nogal wat glutengevoelige mensen worden aangetroffen.

Vraag 05: Ik ben gynaecoloog en heb zelf HPU. In mijn praktijk lijkt het er op dat ochtendmisselijkheid en zwangerschapsbraken bij HPU patiënten veel meer voorkomt als bij andere niet-HPU-patiënten. Deelt u deze visie? Er is een verband tussen het TSH- en/of het zwangerchapshormoon hCG en ochtendmissleijkheid en zwangerschapsbraken?

Antwoord: De ergste misselijkheid en overgeven (NVP, nausea and vomitting during pregnancy) in de zwangerschap van de HPU-er valt samen met sterkste stijging dan wel de hoogste concentraties het zwnagerschapshormoon, hCG, omstreeks week 8 tot 12 van de zwangerschap. Vele onderzoekers hebben een verband tussen misselijkheid en overgeven onderzocht, maar de resultaten zijn niet eenduidig. Goodwin (2003) toonde aan dat hCG was verhoogd in vrouwen met zwangerschapsbraken vergeleken met vrouwen van dezelfde leeftijd en dezelfde periode van de zwangerschap, die niet behoefden over te geven. Echter er was een grote overlap tussen beide groepen; er waren vrouwen die een zeer hoge hCG-waarden hadden maar niet misselijk waren of moesten overgeven.

Wat wel keer op keer werd aangetoond is dat NVP meer voorkomt bij zwangerschappen van meerlingen. Ook moeders die een baby dragen met Down syndroom hebben meer last van zwangerschapsbraken en/of ochtendmisselijkheid. Bekend is dat een zwangerschap van een Down baby gepaard gaat met veel hogere hCG-waarden.

In tegenstelling tot dit, hebben vrouwen met een trisomie 18, waarbij zeer lage waarden van het zwangerschaphormoon hCG behoren, veel minder last van misselijkheid en braken tijdens de zwangerschap.

De stijging van het hCG-hormoon correspondeert tijdelijk met een evenredige schildklierstimulatie in de moeder (Goodwin, 2003). Aangezien het hCG hormoon sterk lijkt op het schildklierstimulerend hormoon (TSH), wordt verondersteld dat hCG mede de schildklier stimuleert tijdens een zwangerschap.

Men heeft waargenomen dat NVP duidelijk correleert met de mate van biochemische hyperthyroidisme (overactieve schildklier).

In het begin van de zwangerschap, zouden de hoge waarden van het hCG hormoon, verantwoordelijk kunnen zijn voor de tijdelijke stimulatie van de schildklier die leidt tot ochtendmisselijkheid en zwangerschapsbraken. Dit mechanisme aangeduid als ‘specificity spillover’ verklaart de mogelijkheid van het hCG-hormoon om de TSH-receptor te stimuleren. Deze ‘specificity spillover’ wordt veroorzaakt door de overeenkomst in structuur tussen hCG en TSH-moleculen en de beide receptoren (Asteria, 1999). Beide hormonen zijn opgebouwd uit dezelfde bèta-keten.

In patiënten die pyrrolen uitscheiden (HPU) zijn tal van zwangerschapcomplicaties bekend. De TSH is buiten de zwangerschap al onderdrukt en is zelden hoger dan 2, of het moet zijn vanwege de productie van antistoffen tegen de schildklier. De FT4 en FT3 zijn vrijwel altijd normaal. De TSH is bij HPU veel sterker verlaagd in de eerste periode van de zwangerschap wanneer hCG-hormoon sterk stijgt. De spiegels van hCG in bloed van HPU-ers is hoger in vergelijking tot matched controls. Het is daarom begrijpelijk dat ochtendmisselijkheid en zwangerschapsbraken vaker voorkomen.

Literatuur

Asteria, C. (1999) TSH receptor mutations and familial gestational hyperthyroidism. European Journal of Endocrinology 141, 93-94.

Buckwalter, D.K., Buckwalter, J.G. (2001) Psychological factors and hyperemesis gravidarum. J. Womens Health Gend. Based Med. 10, 471-477.

Gherman, R.B., Mestman J.H., Satin A.J., Goodwin T.M. (2003) Intractable hyperemesis gravidarum, transient hyperthyroidism and intrauterine growth restriction associated with hyperreactio luteinalis. J. Reprod. Med. 48, 553-556.

Goodwin, T.M. (2003) Human chorionic gonadotropin and hyperemisis gravidarum.

Goodwin, T.M. (1998) Hyperemesis gravidarum. Clin. Obstet. Gynecol. 41, 597-605.

Goodwin, T.M., Hershman, J.M., Cole, L. (1994) Increased concentration of the free beta-subunit of human chorionic gonadotropin in hyperemesis gravidarum. Acta Obstet. Gynecol. Scand. 73, 770-772.

Goodwin, T.M., Montoro, M, Mestman, J.H., Pekary, A.E., Hershman, J.M. (1992) The role of chorionic gonadotropin in transient hyperthyroidism of hyperemesis gravidarum. J. Clin. Endocrinol. Metab. 75, 1333-1337.

Goodwin, T.M., Montoro, M., Mestman, J.H. (1992) Transient hyperthyroidism and hyperemesis gravidarum: clinical aspects. Am. J. Obstet. Gynecol. 167, 648-652.

Goodwin, T.M., Montoro, M., Mestman, J.H., Perkary, A.E., Hershman, J.M. (1991) The role of chorionic gonadotropin in transient hyperthyroidism of hyperemesis gravidarum. Trans. Assoc. Am. Physicians. 104, 233-237.

Safari, H.R., Alsulyman, O.M., Gherman, R.B., Goodwin, T.M. (1998) Experience with oral methylprednisolone in the treatment of refractory hyperemesis gravidarum. Am. J. Obstet. Gynecol. 178, 1054-1058.

Simpson, S.W., Goodwin T.M., Robins S.B., Rizzo A.A., Howes R.A., Safari, H.R., Fassett, M.J., Souter, I.C., Alsulyman, O.M., Goodwin, T.M. (1998) The efficacy of methylprednisolone in the treatment of hyperemesis gravidarum: a randomized, double-blind, controlled study. Am. J. Obstet. Gynecol. 179, 921-924.

 

 

Vraag 04: Ik heb HPU en heb erg veel baat bij het gebruik van Depyrrol. Een groot deel van mijn klachten is verdwenen en ik kan vrijwel alles weer. Ik sport, doe aan fitness en sinds kort heb ik mijn oude hobby, beeldhouwen weer opgepakt. Af en toe ben ik echter volledig uitgeblust. Op de TV zal ik een spotje van een multi-vitamine die weer nieuwe energie gaf. Nu ik heb dat geprobeerd, maar het tegendeel is waar, ik ben in enkele dagen terug bij af. Hoe kan het zijn dat deze multi zo'n negatief effect heeft op wat ik met Depyrrol heb opgebouwd?

Antwoord: Het antwoord is simpel en vrij kort. Een gewone multi bevat bestanddelen die u absoluut niet kan verdragen. Ten eerste gaat koper in een multi het effect van zink tegen. We gebruiken de zink namelijk om het overschot aan koper te verwijderen. Verder heeft een multi vaak het B-vitamine PABA. PABA remt de schildklierfunctie. De meeste HPU-ers hebben al een schildklieronderfunctie. Alfa-liponzuur, wat in de multi's zit, die aangeraden worden bij chronische vermoeidheidsklachten, remt de schildklier eveneens. Daarom bevat de multi slechts 1 mg hiervan. Tevens bevatten deze multi vaak erg veel jodium, dat erg schadelijk is voor mensen met HPU, tenzij tegelijkertijd ook selenium wordt ingenomen.

Verder dient er in de multi weinig beta-caroteen te zitten en meer vitamine A. De lever van mensen met HPU is zo belast dat deze amper in staat is om beta-caroteen om te zetten in vitamine A. Een multi is vaak ook hoog in ijzer. Bij porfyrie wordt ijzer afgeraden, tenzij er een tekort is aangetoond. Ook is de fosforylering is beperkt, daarom dienen vitamine B1, B2 en B6 in de actieve vorm gegeven te worden.

De multi zonder koper van BioVitaal is een multi die speciaal aan HPU is aangepast en aan deze eisen voldoet.

Literatuur

Segermann, J., A. Hotze, H. Ulrich en G.S. Rao (1991) Effect of α-lipoic acid on the peripheral conversion of thyroxine to triiodothyronine and on serum lipid-, protein- and glucose levels. Arzneimittel Forschung 41, 1294-1298

McCarthy, J.L., R.L. Murphree (1960) Adrenal atrophy and thyroid inhibition following PABA. Proc. Soc. Exp. Biol. Med. 105, 515-517.

Vraag 03: Ik heb HPU met schildklierproblemen. De problemen ontstonden na de laatste zwangerschap enkele maanden geleden. Het gewicht is toen fors toegenomen en dat ben ik niet meer kwijtgeraakt Mijn leverwaarden waren na de zwangerschap geruime tijd verhoogd. Ook het cholesterolgehalte is verhoogd. Loop ik nu een verhoogd risico op hart- en vaatziekten of andere ziekten?

Antwoord: De Ziekte van Hashimoto, waarbij antistoffen tegen de schildklier worden gevormd, start vaak binnen drie maanden na de zwangerschap De ziekte, die gekenmerkt wordt door in de eerste periode met een schildklieronderfunctie, start met een periode met schildklieroverfunctie. In een latere fase kunnen onder- en overfunctie zelfs met elkaar afgewisseld worden. In de beginperiode van onderfunctie, zijn de leverwaarden verhoogd. De verhoogde leverwaarden kunnen natuurlijk ook verhoogd worden door een (auto-immuun) galwegonsteking of -leverontsteking. Bij het verhoogde cholesterol is de verhouding tussen LDL- en HDL-cholesterol van belang. Is alleen de LDL-cholesterol verhoogd dan is een behandeling nodig. Wanneer zowel de LDL- als de HDL-chlolesterol verhoogd zijn, is een behandeling minder noodzakelijk.

Naar aanleiding van vraag 49:

We kregen nogal wat reacties van patiënten die behoorlijk snel gewicht waren kwijtgeraakt na het gebruik van het voedingssupplement HPU-complex. Dit middel werd niet in deze vraag genoemd. Waarom niet?

We hebben dit niet genoemd omdat dit voedingssupplement maar tot 1 juni 2005 zal worden verkocht. Het is dus nog maar tijdelijk leverbaar. Door de Wet op de voedingssupplementen is het onmogelijk dit product in deze samenstelling hierna nog te produceren.

Indien U geen antistoffen hebt tegen uw schildklier, kunt u proberen gewicht te verliezen met HPU-complex als hulpmiddel. HPU-complex is een voedingssupplement en alleen te verkrijgen bij het KEAC.

 

Vraag 02: Ik heb HPU en krijg hormonen voor mijn overgangsklachten Ik heb onlangs gelezen dat hormoontherapie de kans op hersenbloedingen met 56 procent laat toenemen. Nu wil ik Soja-isoflavonen gaan gebruiken. Kan dat zonder risico? (Zie: Artikel)

‘Nach der Auswertung von 39.769 Fällen aus 28 verschiedenen Einzelstudien müsse allen Frauen mit erhöhtem Hirnschlag-Risiko von dieser Therapie abgeraten werden, heißt es in dem am Freitag veröffentlichten Beitrag der Fachzeitschrift "British Medical Journal".

Bei Frauen, die in den Wechseljahren auf Hormonersatz verzichteten, betrug das Hirnschlag-Risiko zwei Prozent. Bei den Frauen mit Hormonersatztherapie stieg das Risiko um ein Drittel an. Gravierender noch war die Steigerung der Gefahr, dass der Hirnschlag zum Tode führt. Dieses Risiko lag bei den Frauen mit Hormonersatztherapie um 56 Prozent höher.

Die Hinweise auf gravierende unerwünschte Effekte der Hormongaben in der Menopause verdichten sich. Ende vergangenen Jahres hatte eine Studie unter 55.000 Französinnen ergeben, dass das Brustkrebsrisiko durch die Hormongaben um 20 bis 40 Prozent zunahm - je nachdem, wie lange die Hormone genommen werden.’

Antwoord: In de overgang komen bij vrouwen tal van overgangsklachten voor zoals hitteaanvallen (opvliegers), duizeligheid en zweetaanvallen, slapeloosheid of zelfs depressiviteit. Deze klachten ontstaan doordat de eierstokken de productie van rijpe eicellen staken. Hormonen kunnen deze klachten tegengaan, die ook kunnen ontstaan na een operatieve verwijdering van de eierstokken. De gebruikte hormonen komen echter ook in de lijst van porfyrinogene verbindingen voor.

Veel vrouwen nemen daarom Soja-isoflavonen zoals genisteine of daidzeine die echter ook de productie van schildklierhormoon remmen, door het remmen van de deiodase-activiteit of door de aan eiwitten die normaliter schildklierhormoon binden.

Rode Klaver wordt ook veel gebruikt. We hebben echter moeten vaststellen dat rode klaver een soortelijke werking heeft als soja-isoflavonen. Op dit moment wordt daarom de voorkeur gegeven aan het stimuleren van de bijnier of de hypofyse, de bijnier maakt namelijk DHEA vrij waaruit oestrogeen en testosteron e.d. kan worden geproduceerd.

  

  

 

Intro | KEAC index | HPU website | English